Bij de start van het parlementaire jaar hield Walter in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een pleidooi voor een écht investeringsbeleid voor onze Brusselse Nederlandstalige scholen én pleitte hij voor een betere toegang tot cultuur, sport en vrijetijdsbeleving voor kinderen van ouders die het financieel niet breed hebben. De openingszitting van de Raad op 20 oktober stond door Walters toedoen vrijwel geheel in het teken van een aantal dringende noden in onze Brusselse Nederlandstalige scholen. Vooraan in de discussie: het enorme capaciteitsgebrek en de roep om meer en moderner schoolgebouwen. Tijdens het voorbije schooljaar 2004-2005 was er heel wat te doen rond de inschrijvingsperikelen in het Brussels Nederlandstalig onderwijs. Over capaciteitsuitbreiding werd tot nog toe echter uitsluitend gepraat wanneer concrete vragen kwamen vanop het terrein. Men doet maar op, weigert voor de ene school wat men toekent aan de ander, maakt geen analyse van de noden. Hoog tijd voor een lange termijnplanning met duidelijke prioriteiten, centen én timing, vindt Walter! Een ander thema dat Walter aansneed was dat van het meertalig onderwijs. Dat onze Brusselse kinderen baat hebben bij een zo groot mogelijke meertaligheid staat vast. De vraag is alleen: hoe bereik je die meertaligheid? Op dit ogenblik wordt er in een 3-tal Nederlandstalige scholen in Brussel geëxperimenteerd met een meertalige aanpak. Daar rijzen veel vragen rond. Het gaat om kinderen met leer- en taalproblemen (kennis van het Nederlands), verschillende leerkrachten zijn niet overtuigd van de methode, er is te weinig ondersteuning. Opnieuw is de vaststelling: men doet maar op. Walter eist van de VGC dat zij hier een consequente aanpak ontwikkelt. Meertalig onderwijs mag niet worden uitgebreid naar andere scholen vóór er eensgezindheid is over de kwaliteit van de methode én alle randvoorwaarden er zijn. In tussentijd dienen de drie scholen die met de methode experimenteren van de VGC actieve ondersteuning te krijgen. ‘Laisser aller, laisser faire’ is géén optie, het gaat om onze kinderen. Voorts had Walter een hele reeks vragen rond het tekort aan goede leerkrachten Nederlands in het Franstalig onderwijs, de concrete uitvoering van de zone 30 rond onze Nederlandstalige scholen en last but not least: de financiële implicaties voor ons Brussels Nederlandstalig onderwijs van het beleid van Vlaams minister voor Onderwijs Vandenbroucke. Die man maakt ingrijpende keuzes, maar of daarbij altijd voldoende rekening gehouden wordt met onze kinderen in Brussel?’ Voor het volledige verslag, klik hier. In de commissie Cultuur interpelleerde Walter het collegelid Smet met de vraag óf en wanneer de VGC een inspanning zou leveren om Nederlandstalige initiatieven voor cultuur, sport en vrijetijdsbeleving beter betaalbaar te maken voor kinderen van ouders die het financieel niet breed hebben. Smet was op die vraag van Walter al ingegaan in maart van dit jaar door aan te kondigen een systeem van ‘gemeenschapspasjes’ uit te zullen werken. Sindsdien communiceerde Claude Eerdekens, bevoegd minister in de Franse Gemeenschap voor sport, in mei en juni van dit jaar bij herhaling in de Franstalige pers over een initiatief dat hij heeft genomen voor de 272 OCMW’s ‘van de Franse Gemeenschap’ in ons land. Het gaat over sportcheques die vanaf september 2005, bij de opstart van het nieuwe schooljaar, ter beschikking worden gesteld door de Franse Gemeenschap en de federale minister van Integratie, Christian Dupont aan alle OCMW’s van Wallonnië en Brussel. De filosofie is dezelfde als die welke voorop zou moeten staan in een systeem van ‘gemeenschapspasjes’, maar beperkt zich tot wat zich afspeelt op het vlak van de sport én tot kinderen en jongeren behorend tot de Franse Gemeenschap. De hele operatie zou in totaal zo’n 1,65 miljoen Euro kosten, ofte 825.000 Euro ‘per ministerie’, lees: de helft wordt betaald door de federale regering. Eigenlijk toch wel grof, vond Walter. Niet alleen blijft het aangekondigde initiatief van gemeenschapspasjes uit (Smet gaf ook nu geen duidelijk antwoord op deze vraag), nu blijven de Vlaams-Brusselse jongeren ook nog eens in de kou staan wanneer er in Brussel sportcheques worden uitgedeeld met federaal geld. Collegelid Smet moest bij dat laatste trouwens ootmoedig toegeven niet te weten waar de reactie van Vlaams minister voor Sport Anciaux bleef. Wordt vervolgd! Dit artikel verscheen in de volgende nieuwsbrieven: Tweede nieuwsbrief - 12 december 2005
|