Walter dwingt Picqué tot mededeling van taalrapport! De cijfers zijn onthutsend! | |
 De correcte toepassing van de taalwetgeving bij de gemeentelijke instanties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft nog steeds, veertig jaar na het in voege treden van de huidige taalwetgeving, problematisch. We worden allen regelmatig geconfronteerd met gemeentelijk personeel dat vraagt “en Français?” als men iets in het Nederlands zegt. Dergelijke vragen zouden de dag van vandaag niet meer mogen voorkomen. De huidige Brusselse regering heeft bij haar aantreden het taalakkoord in het leven geroepen. Mits enkele overgangsmaatregelen en uitzonderingen zouden in principe alle aanwervingen van gemeentelijke personeelsleden, die niet in het bezit zijn van een taalbrevet, worden geschorst. Daarnaast is overeengekomen dat er jaarlijks een taalrapport over de toestand van de tweetaligheid bij de gemeentebesturen zou worden opgesteld. Na lang aandringen heeft Charles Picqué eind 2005 het taalrapport over het jaar 2004 bekend gemaakt. “Het taalrapport kon geen positief beeld geven van de situatie. Voornamelijk bij de statutaire personeelsleden was de situatie erbarmelijk”, zegt Walter. We zijn nu twee jaar verder en het parlement had tot voor kort nog geen inzage gekregen in het volgende taalrapport, zijnde dat van 2005, èn het taalrapport van 2006! Daarbovenop heeft de Raad van State in een arrest van 7 juli 2006 het taalakkoord vernietigd. Ze zijn immers een afwijking van de taalwetgeving, zo redeneerde de Raad van State. In theorie, zou elk personeelslid zonder uitzondering van de 19 Brusselse gemeenten tweetalig moeten zijn. We weten allemaal dat dit niet het geval is. Donderdag 15 februari 2007 confronteerde Walter in de commissie binnenlandse zaken van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement Minister-President Charles Picqué met het feit dat er nog geen taalrapporten over 2005 noch over 2006 ter beschikking zijn. Hij stelde voor indien Picqué in het bezit zou zijn van het rapport, deze laatste het zo snel mogelijk zou ter beschikking stellen van de leden van het parlement, zodat een discussie ten gronde mogelijk zou zijn. Al snel bleek dat de Minister-President wèl in het bezit was van het rapport voor 2005, maar dit nog niet had meegedeeld. Walter vroeg zich af waarom er vanuit het parlement telkens moet worden aangedrongen om dit te doen en het niet spontaan gebeurt, zoals afgesproken! Dit geeft de indruk dat Picqué iets te verbergen heeft. Ook hekelde hij de afwezigheid van de Franstalige commissieleden tijdens het debat. Picqué beloofde eerstdaags het rapport 2005 aan de parlementsleden rond te sturen. Op het taalrapport van 2006 blijft het intussen wachten. Tijdens het krokusreces kreeg Walter dan toch inzage in het taalrapport van 2005! “De cijfers zijn onthutsend! Slechts 12% van de contractuele personeelsleden bij de gemeentelijke diensten is tweetalig. Bij de OCMW’s is de toestand nog slechter. Daar zijn amper 6% van de contractuelen tweetalig”. Het grote probleem is dat Charles Picqué de schorsingen van ééntalige personeelsleden door de vice-gouverneur steeds naast zich neerlegt. Walter pleit daarom voor een grondig debat in het Brussels Parlement over de taaltoestand bij de gemeentelijke overheden. Daarnaast is hij van oordeel dat de huidige situatie niet langer houdbaar is en dat de taalwetgeving bij de volgende staatshervorming grondig moet herzien worden. Walter stelt voor dat er in de taalwetgeving zou worden ingeschreven dat de gemeentelijke ambtenaren één jaar de tijd zouden krijgen om hun taalbrevet te halen. Slagen ze niet dan volgt automatisch ontslag en mogen ze pas opnieuw solliciteren wanneer ze dit brevet hebben gehaald. Tenslotte, vindt hij, dat de minister-president de beslissingen van de vice-gouverneur enkel naast zich neer mag leggen als de hele Brusselse regering hiermee akkoord is. Meer gedetailleerde cijfers vindt u in dit persartikel terug. Dit artikel verscheen in de volgende nieuwsbrieven: Negende nieuwsbrief-9ème lettre d'infos - 28 februari 2007
|