Lerarentekort in Franstalig onderwijs: niets doen is géén optie! | |
 Begin januari van dit jaar verschenen opnieuw berichten in de pers over het tekort aan leerkrachten Nederlands in het Franstalig onderwijs. Een probleem dat zich al enkele jaren stelt. Walter is van mening dat wij als Vlamingen alvast in Brussel niet werkloos mogen toekijken en een helpende hand moeten reiken. Dit tekort is ook �ns probleem. Eerst en vooral is er de economische realiteit in het Brusselse Gewest, waar meer dan 90% van de werkzoekenden eentalig is. Hoewel niet zaligmakend is het gebrek aan kennis van het Nederlands een ernstige handicap in de zoektocht naar werk. Dit terwijl zowel in Brussel zelf als in het nabije Vlaams-Brabant veel bedrijven wanhopig op zoek zijn naar goede, niet zelden zelfs laaggeschoolde, tweetalige werknemers. De leefbaarheid en de economische toekomst van onze stad hangen in grote mate af van een sluitende aanpak van de werkloosheid en dus ��k van de verbetering van de kennis van het Nederlands. Als Brusselse Vlamingen zijn wij uiteraard ook uitermate bezorgd over de plaats die onze taal in de hoofdstad krijgt. Om te beginnen maakt bekend bemind en bouwt de kennis van het Nederlands vaak bruggen: Frans- en anderstaligen komen via het Nederlands in contact met Vlamingen, hun cultuur, hun manier van denken. Wederzijds begrip komt dan in zicht. Maar er is ook ons eigen, pragmatisch, belang: dient het nog gezegd dat de dienstverlening in het Nederlands op vrijwel alle vlakken in deze stad voor verbetering vatbaar is? Dat een tekort aan tweetaligen daarbij door Franstalige politici steeds als argument wordt opgevoerd om alles maar bij het oude te laten? Een bijkomende bedenking slaat op de gevolgen voor ons eigen Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Het is algemeen bekend dat Brusselse anderstaligen massaal kiezen voor het Nederlandstalig onderwijs en dit in belangrijke mate omdat zij erop rekenen zo de twee- of meertaligheid van hun kinderen te kunnen garanderen. Zoals uit de perikelen rond de sluiting van het Heilig Hartcollege in Ganshoren vorige week eens te meer mocht blijken zorgt dit voor een enorme druk op onze scholen. Een druk die minstens ten dele zou kunnen verlicht worden mocht ook het Franstalig onderwijs aan kwaliteit en garanties op meertaligheid kunnen winnen. Omdat de Vlaamse Gemeenschapscommissie als een van haar opdrachten de versterking van het Nederlands in de hoofdstad heeft, is Walter van mening dat het College een gezamenlijk initiatief met de Franstalige tegenhanger van de COCOF moet overwegen. In een interpellatie gericht aan Guy Vanhengel, bevoegd Collegelid voor Onderwijs, brak hij een lans voor de idee van een gezamenlijke ‘pool’ van leerkrachten Nederlands die zowel in het Nederlandstalig als Franstalig onderwijs in Brussel zouden kunnen worden ingezet. Tevens moet er dringend overleg komen tussen de Vlaamse en Franstalige ministers over het wegwerken van administratieve drempels, zoals de wederzijdse erkenning van getuigschriften. Vanhengels antwoord was op zijn zachtst gezegd onbevredigend te noemen. Enerzijds verwijst hij naar het tekort aan leerkrachten Nederlands in het Nederlandstalig Brussels onderwijs om een dergelijk initiatief af te wijzen: ‘we gaan ze toch niet recruteren voor het Franstalig onderwijs als we ze zelf nodig hebben’. Dat vindt Walter een drogredenering: niets belet het Collegelid om initiatieven te nemen die beide problemen aanpakken. Dit is geen verhaal van of/of, maar van en/en. Niets doen om vervolgens alles maar bij het oude te laten –een beproefde tactiek van het Collegelid- is géén optie. De mededeling van Vanhengel dat hij bij zijn Franstalige collega bevoegd voor Onderwijs, mevrouw Françoise Dupuis (PS), weinig interesse ontwaart voor deze problematiek is voor Walter dan weer onaanvaardbaar. Uiteraard is de Franse Gemeenschap hier de hoofdverantwoordelijke en kan het niet zijn dat ook zij werkloos toekijkt. Wetende dat Vlaams minister voor Onderwijs Vandenbroucke medio vorig jaar aankondigde met zijn Franstalige collega’s te zullen onderzoeken wat er rond uitwisseling van leerkrachten tussen het Franstalige en Nederlandstalige net kan worden gerealiseerd, kondigt Walter aan zowel via collega’s in de COCOF als in het Vlaams Parlement het onderwerp terug op de agenda te zullen zetten. Wordt, eens te meer, vervolgd! Een artikel op brusselnieuws.be vindt u hier, Walters interpellatie aan Vanhengel hier.
Dit artikel verscheen in de volgende nieuwsbrieven: Negende nieuwsbrief-9ème lettre d'infos - 28 februari 2007
|