Verbintenis is toch verbintenis, of niet? | |
 In ruil voor een nieuwe vestiging in Anderlecht, engageerde Ikea zich tegenover de Brusselse Regering om twee derde van haar openstaande vacatures te behouden voor Brusselaars. Om dit doel te bereiken werd er zelfs een samenwerkingsverband met de Brusselse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (BGDA) opgezet. Wishful thinking blijkt nu! 'Hoe dwingend zijn die gemaakte afspraken eigenlijk?', dat is de vraag die Walter zich stelt na de voorbije Commissie Economische Zaken in het Brussels Parlement. Hij ondervroeg de Brusselse Minister voor Economie over de overeenkomst tussen de Brusselse Regering en Ikea inzake tewerkstelling van Brusselaars. Ikea genoot bij de opening twee jaar geleden tal van voordelen en kreeg subsidies op voorwaarde dat het binnen de twee jaar tweederde van haar personeel in het Brussels Gewest wist te rekruteren. Het antwoord van de Minister was ernaar. De meubelgigant blijkt 10 procent onder de afgesproken norm te zitten. Nu blijkt dat Ikea nog slechts 50 procent Brusselaars tewerk stelt. Een forse daling tegenover twee jaar geleden, toen er nog 62 procent Brusselse werknemers waren! Voor Ikea is hiermee de kous af. Wat hen betreft is het pact voorbij. Ze zijn van mening dat er voldoende inspanningen geleverd zijn. 'Ikea kan niet verplicht worden omdat de verbintenis moreel is en niet juridisch.' Dergelijke houding kan voor Walter niet door de beugel en hij stelt zich dan ook grote vragen bij de juridische haalbaarheid en de geloofwaardigheid van dit soort overeenkomsten. Om de kansen voor de Brusselse werklozen te vergroten dient men blijvend de nadruk te leggen op het aanleren van het Nederlands, een correcte informatieverspreiding in alle wijken en moet de wankele werking van de missions locales aangepakt worden. Walter diende in het Brussels Parlement soortgelijke vraag in met betrekking tot de situatie in Decathlon. Dit artikel verscheen in de volgende nieuwsbrieven: Twaalfde nieuwsbrief-12ème lettre d'infos - 28 maart 2007
|