Geen Marshallplan, maar een Matchingplan. | |
 De toestand op de Brusselse arbeidsmarkt is schrijnend. Het aantal langdurige werklozen blijft maar stijgen. In Wallonië waaide op dat vlak onlangs een nieuwe wind met het Marshall Plan van Elio Di Rupo. Het Brussels Gewest heeft ook nood aan een plan, maar dan eerder aan een ‘Matchingsplan’. Volgens de laatste berichten zou het aantal werklozen in het Brussels Gewest in september tot meer dan 98.300 gestegen zijn. Één op vijf Brusselaars is werkloos. De meeste hiervan zijn langdurige werklozen en laaggeschoold. Het werkloosheidspercentage bij jongeren onder 25 jaar bedraagt maar liefst 35,1%. Dit is onaanvaardbaar! In Wallonië wil men het tij doen keren door middel van een ‘Marshall Plan’. De economie moet heropleven door een gunstig klimaat voor investeerders te creëren. Door de vestiging van nieuwe bedrijven en de uitbreiding van bestaande, worden er meer arbeidsplaatsen ontwikkeld. Di Rupo benadrukt dat er moet gewerkt worden aan meer economische samenwerking tussen de drie regio’s. Wat zal het Brussels Gewest doen om zijn laaggeschoolden aan het werk te helpen? De Brusselse arbeidsmarkt is vooral gericht op de dienstensector. De vraag naar hooggeschoolden is groot, terwijl er voor de laaggeschoolden weinig werk is. Het Brussels Gewest kampt nochtans met een enorm residu van laaggeschoolden. Deze groep moet ook de kans krijgen om aan het werk te gaan. Het is dan ook niet zozeer het aantal arbeidsplaatsen die moet verhoogd worden, men moet vooral meer arbeidsplaatsen voor laaggeschoolden ter beschikking stellen. In Brussel moet er plaats komen voor economische sectoren die zulke jobs aanbieden. Het tewerkstellingsaanbod moet beter overeenkomen met het soort werkzoekenden. Met andere woorden dus geen Marshall Plan, maar een Matchingsplan! Er moet dringend een economische visie ontwikkeld worden waarbij de focus op tewerkstelling en economische heropleving ligt. Het volstaat niet langer om gesubsidieerde arbeidsplaatsen op kleine schaal te creëren. Ik ben niet tegen Geco’s, maar dit is slechts een druppel op een hete plaat. Er is een veel fundamentelere mentaliteitwijziging nodig. Op sociaal – economisch vlak dient er rond drie belangrijke assen gewerkt te worden, namelijk KMO – ondersteuning, mobiliteit van werklozen, vorming en opleiding. Het Brussels Gewest moet een ondersteunend KMO – beleid ontwikkelen. Gezonde en rendabele KMO’s zorgen voor veel tewerkstelling waarvan een groot deel geschikt is voor laaggeschoolden. Er moet een plan voor sociale economie uitgewerkt worden. Sociale economie kan omschreven worden als een geheel van initiatieven die als voornaamste finaliteit de (sociale en professionele) herinschakeling van bijzonder moeilijk te plaatsen werkzoekenden vooropstellen via een economische activiteit van productie van goederen of diensten. Op die manier worden er volwaardige jobs voor laaggeschoolden gecreëerd. Vlaanderen heeft op dit gebied al enorme inspanningen gedaan en voorziet nu nog extra middelen. In Brussel staat de uitbouw van een plan voor sociale economie nog in zijn kinderschoenen. Het Brussels Gewest moet zijn mobiliteit zo organiseren dat arbeidsplaatsen voor laaggeschoolden bereikbaar worden binnen en buiten het Gewest, dus naar de economische groeipolen toe. Als laatste moet er veel meer geïnvesteerd worden in opleiding en vorming. Het is absoluut noodzakelijk dat men kwaliteitsvol onderwijs voor onze jonge mensen inricht zodanig dat zij het niveau van de aangeboden jobs aankunnen. Di Rupo heeft gelijk. Brussel, Vlaanderen en Wallonië mogen elkaar niet beconcurreren maar moeten samenwerken op vlak van mobiliteit, innovatie, het ter beschikking stellen van bedrijfsterreinen, het afstemmen van milieunormen, fiscaliteit, administratieve lasten, distributie, vorming en opleiding…. Zonder deze inspanningen zal de teller werklozen in het Brussels Gewest alleen maar verder blijven stijgen. Dit artikel verscheen in de volgende nieuwsbrieven: Nieuwe nieuwsbrief - 17 oktober 2005
|