Handelaar wordt volwaardige economische partner in Brussel | |
 Het Brussels Gewest dient dringend keuzes te maken inzake distributie. De handelaar moet een volwaardige partner worden in het economische gebeuren in Brussel. Dat zijn de voornaamste conclusies van het debat ‘Van Buurtwinkel en Handelskern’ dat op 22 september door de Brusselse CD&V – fractie werd georganiseerd. Op donderdag 22 september vond in de Abdij van Vorst het debat “Van Buurtwinkel en Handelskern” plaats. Het centrale thema was “Hoe kan het evenwicht tussen de grootdistributie en de zelfstandige kleinhandel bereikt worden en hoe kan de zelfstandige kleinhandel hersteld worden”. Er werd vooral gepleit voor een duidelijke regionale visie met betrekking tot distributie en voor een handelskernversterkend beleid. Voor Walter kan er geen twijfel over bestaan: “De zelfstandige ondernemer moet een volwaardige partner worden in het economisch gebeuren in Brussel. Hij/zij is een meerwaarde voor de Brusselse economie en de lokale gemeenschap, vooral op vlak van tewerkstelling! Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenten moeten een doortastend middenstandsbeleid ontwikkelen. De handelskernen moeten worden verstrekt. Winkelstraten worden aantrekkelijk door méér kwaliteitswinkels, grote verkoopsoppervlakten moeten in de handelskernen geïntegreerd worden, niet in de Brusselse perifere gebieden. De complementariteit moet worden versterkt, de ruimtelijke concurrentie afgebouwd. Samen moeten de Gewestelijke en gemeentelijke overheid enerzijds én de zelfstandige ondernemer anderzijds de vernieuwing van de handelskern aanpakken. De overheid moet belangrijke financiële impulsen geven aan zelfstandige ondernemers rond volgende beleidsassen: het stimuleren van wonen boven winkels, de kwalitatieve verbetering van de winkelpanden, de delokalisatie van winkels naar handelskernen toe, de toegankelijkheid voor andersvaliden en de verfraaiing van winkelramen.” In Anderlecht werd deze theorie onlangs in praktijk omgezet. Daar kreeg een kapperszaak een nieuwe look dankzij een gemeentelijke subsidie. Met dat reglement wil Walter Vandenbossche, schepen van Middenstand, de Anderlechtse handelsbuurten mooier en gezelliger maken. Binnenkort buigt het schepencollege zich ook over andere subsidieaanvragen. Ook hun nieuw reglement omtrent nacht- en telefoonwinkels past in dit kader. Nieuwe of bestaande nachtwinkels die niet over de nodige vergunningen beschikken, moeten een openingsbelasting van 12.500 euro betalen. Daarbovenop komt nog een jaarlijkse belasting. Dit reglement krijgt reeds navolging in Brussel, Ganshoren, Schaarbeek en Mechelen. Lees ook het volledige verslag van de discussieavond en het KMO-actieplan van CD&V dat door Walter werd geschreven. Dit artikel verscheen in de volgende nieuwsbrieven: Nieuwe nieuwsbrief - 17 oktober 2005
|